Hoe kan een gemeenteraad met tien tot vijftien of meer fracties op een zinnige en efficiënte wijze debatteren? Als gemeenteraden blijven vergaderen op de manier waarop ze dat nu gewoonlijk doen, gaat dat nooit lukken, alleen al vanwege de hoge tijdsbelasting, schrijft Wilbert van Vree. Hij promoveerde op het proefschrift ‘Nederland als vergaderland (1994-2008)’.

Het probleem is urgent als bij de verkiezingen blijkt dat de politieke fragmentatie zich verder doorzet. Want zonder serieus politiek debat is de lokale democratie ten dode opgeschreven. De vergadercultuur van gemeenteraden is hard aan vernieuwing toe.

Gemeenteraden vergaderen allemaal volgens hetzelfde stramien. Gechargeerd gezegd komt het hierop neer: raadsleden stellen op rij vragen aan het college, waarna dat uitvoerig ingaat op gestelde – en ongestelde – vragen. Tot slot lezen raadsleden voorgekookte fractiestandpunten voor. Een direct politiek debat tussen raadsleden is alleen mogelijk door een spreker te interrumperen. De praktijk laat zien dat deze procedure eerder de kippendrift aanmoedigt dan een serieus politiek debat. Vandaar de veelgehoorde vrees dat meer fracties leiden tot meer opwinding en minder diepgang.

In mijn ogen zou een politiek debat tussen raadsleden een essentiële, duidelijk te onderscheiden fase in de democratische besluitvorming moeten zijn. Het is een ‘strijdfase’ waarin de diverse politieke groeperingen door onderlinge discussie uitzoeken en laten zien hoe en waarom zij een voorstel verschillend beoordelen en elkaar en de kiezers proberen te overtuigen van hun visie.
Het achterliggende idee is dat je je mening over een voorstel kunt verbeteren als je je laat uitdagen door andere meningen.

De Nederlandse politiek met zijn evenredige vertegenwoordiging en meerpartijenstelsel is van oudsher sterk gefocust op het zoeken naar inhoudelijke overeenstemming en consensus. Dit streven heeft goede kanten maar als daarbij het debat gemeden, verdonkeremaand en in het keurslijf van de interruptie geperst wordt, raakt de democratie uitgehold. Des te meer naarmate er meer zwevende kiezers zijn.

Hoe kunnen kiezers dan weten op wie zij (niet) moeten stemmen? Voor de duidelijkheid: ik pleit niet voor diepgaande discussies over elk raadsvoorstel. Qua tijd zou dat niet kunnen maar het hoeft ook helemaal niet, omdat de meningen over veel lokale onderwerpen niet of weinig verschillen. Bovendien geldt ook hier het adagium: in de beperking toont zich de meester.

Hogere klassen

Voortgaande politieke fragmentatie zal de kwaliteit van het politieke debat verder aantasten, als er niets verandert in de spelregels die stammen uit een tijd waarin vergaderen vooral iets van de hogere klassen was en wethouders de raadscommissies voorzaten.

Het verouderde vergadermodel maakt het mogelijk dat raadsleden blijven hangen in het stellen van vragen aan het college en zich vastbijten in details en uitvoeringskwesties. En als er al tijd over is voor een verhelderend onderling debat, komt dit vaak niet van de grond omdat de voorzitter het niet faciliteert. Toch is de oplossing in wezen simpel: sluit de vragenronde met de bestuurder op een vooraf bepaald moment af en begin, als dat gewenst is, een echte discussie tussen raadsleden waarbij de wethouder toeschouwer is.

Elke raad kan leren om op efficiënte en effectieve wijze serieus en diepgaand te discussiëren. De hoofdzaak is dat voor- en tegenstanders om beurten hun standpunten en argumenten naar voren brengen en op elkaar reageren. Als de meningen en argumenten uitgewisseld en helder zijn, is het debat klaar. De volgende fase kan beginnen. Zo worden raadsvergaderingen begrijpelijker, spannender en relevanter.

Wilbert van Vree

Gepubliceerd in dagblad Trouw op 16 maart 2018